Start Reactie Forum V-Pas Inhoud/Zoek

Milieu

Gezondheid Milieu Wereldvoedselsituatie Dierenwelzijn Levensbeschouwing

 

Milieu-Effekten:

Meer dan welke aktiviteit dan ook, heeft onze manier van eten effekt op het milieu. Door plantaardig te eten lever je een sterk positieve bijdrage aan de verbetering van het milieu. Wist je dat:

Van dezelfde oppervlakte landbouwgrond waarvan 1 persoon met een 'standaard-dieet' (met vlees) kan worden gevoed, kunnen 3-7 vegetariŽrs of 12-20 veganisten leven.

Er wordt geschat dat het aandeel van de veeteelt in de verdwijning van het tropisch regenwoud 80% is. Het kappen van tropisch regenwoud is veruit de belangrijkste oorzaak van het uitsterven van plant- en diersoorten.

Om 0,5 kg vlees te produceren is 100 keer zoveel water nodig als voor 0,5 kg graan. Dit is net zo veel water als een gemiddeld westers gezin in een maand voor het totale huishouden gebruikt. Eťn portie rundvlees staat gelijk aan de dagelijkse waterbehoefte van 548 mensen. Met het water dat verspild wordt met alleen de Nederlandse rundvleesconsumptie kan een derde van de wereldbevolking een jaar lang in zijn drinkwaterbehoefte voorzien!

De veehouderij is met 61% veruit de grootste bron van de zure neerslag die bossen en heide ernstig aantast, zelfs nog ver boven het verkeer (18%).

In 1997 produceerde de Nederlandse veestapel 77.093 miljoen kilo mest; genoeg om de hele gemeente Amsterdam met een 25 cm dikke laag te bedekken!  De produktie van ťťn broodje kaas brengt 600 gram mest met zich mee.

Bij omzetting van graan in dierlijk voedsel gaat van de eiwitten 90% verloren, van de calorieŽn 96% en van de vezels gaat er zelfs 100% verloren.

 

Data over de gevolgen van veeteelt.


Deze gegevens zijn verdeeld in 5 categorieŽn:
-1- Grondgebruik voor veeteelt ten opzichte van plantaardig voedsel
-2- Wereldvoedselsituatie
-3- Energie efficiŽntie en gebruik van grondstoffen
-4- Economische gegevens
-5- Milieu-effecten
-#- Bronnen


Grondgebruik voor veeteelt ten opzichte van plantaardig voedsel:

* Oppervlakte van Nederland: 3,7 miljoen hectare.

* Aantal inwoners van Nederland: 16 miljoen.

* Nederlandse veestapel: ca. 20 miljoen grote en 400 miljoen kleine dieren.

* In agrarisch gebruik (t.b.v. voedselproduktie) 2 mln ha waarvan:
weideland 1,16 mln ha.
akker- en tuinbouw 0,86 mln ha; waarvan snijmaÔs (veevoer) 0,2 mln ha.

* Totale oppervlakte Nederlandse grond in gebruik voor de veeteelt: 1,45 mln ha, dit is bijna 75% van de agrarische grond.

* Oppervlakte buitenlandse grond (vooral in arme landen) t.b.v. de Nederlandse voedselkonsumptie: 6 mln ha, waarvan voor veevoer 4 mln ha. Bovendien importeert Nederland veevoer dat weer wordt geŽxporteerd, hiervoor in gebruik: 1,4 mln ha.

* Percentage van het in Nederland verbouwde graan dat voor veevoer wordt gebruikt: 80%, de overige 20% worden voor brood e.d. gebruikt.

* Percentage geÔmporteerd voer voor Nederlands vee: 86%

* Per Nederlander gebruiken we voor dierlijk voedsel: 1800 m2, voor plantaardig voedsel 260 m2.

* Terwijl Nederland juist, in vergelijking met andere landen erg vruchtbare grond heeft, kan het gangbare Nederlandse voedselpakket (met vlees) niet door de Nederlandse grond geleverd worden. Bij vegetarische voeding (= zonder vlees) is dit wel mogelijk. Bij veganistische voeding (= ook zonder zuivel en ei-produkten) komt er zelfs heel veel ruimte vrij.

* Per Nederlander gebruiken we voor de eigen voedselkonsumptie meer akkerbouwland dan er gemiddeld per wereldbewoner beschikbaar is.

* Inclusief de import- en exportactiviteiten gebruikt Nederland in totaal 16-18 mln ha (de eigen 2 mln + 14-16 mln in het buitenland, waarvan in de derde wereld: 4-4,5 mln ha). Per Nederlander is dit 1,12-1,26 ha.

* De beschikbare oppervlakte landbouwgrond per wereldbewoner: circa 0,3 ha.

* De gemiddelde Amerikaan heeft voor zijn eigen voeding al 'nodig': 0,62 ha.

* Jaarproduktie in Nederland 1989: graan 1363 mln kg, aardappelen 4376 mln kg, melk 11200 mln kg.

* Volgens het Amerikaanse ministerie van landbouw brengt 1 ha land op:
aardappelen 10000 kg
rundvlees 82,5 kg

* In de V.S. levert 1 ha landbouwgrond met sojabonen:
8,2 x zoveel eiwit op als 1 ha via kippeŽieren;
8,5 x zoveel eiwit als 1 ha via koeien (melk);
17 x zoveel eiwit als 1 ha via koeien (vlees);

* Op 1 ha land kan in de V.S. voldoende eiwit geproduceerd worden om een mens te voeden gedurende:
4150 dagen als hij soja verbouwt;
1560 dagen als hij tarwe verbouwt;
120 dagen als hij slachtkoeien houdt.

* Aantal mensen dat in de V.S. gedurende 1 jaar gevoed kan worden van 2,5 ha als:
zij slachtkoeien houden: 1
zij sojabonen verbouwen: 35

* Aantal vegetariŽrs dat in de V.S. kan leven van de oppervlakte grond die nodig is om 1 persoon te voeden met een standaarddieet (met vlees): 7
Aantal veganisten dat in de V.S. kan leven van deze oppervlakte: 20.

* De beschikbare hoeveelheid landbouwgrond in de wereld gaat, vooral door erosie, snel achteruit: 6-10 mln ha per jaar. (Dit is 3-5 x de totale hoeveelheid landbouwgrond in Nederland).

* Percentage van de landbouwgronden dat de wereld tussen 1950 en 1987 is kwijtgeraakt: 20%.

* Percentage van de vruchtbare toplaag van de bodem dat de laatste 200 jaar in de V.S. verloren is gegaan: 75%.

* Aandeel van de veeteelt in het verlies van de vruchtbare toplaag van de bodem: 85%.

* In de V.S. verdwijnt voor elke kilo maÔs (veevoer) 2 kg vruchtbare aarde.

* De eenheden energie uit plantaardig voedsel die nodig zijn om 1 eenheid dierlijk voedsel te verkrijgen:
Voor melk: 4 (NL) 7 (VS)
Voor varkensvlees: 9 (NL)
Voor eieren: 14 (NL)
Voor rundvlees: 17 (NL) 25 (VS)
Voor kippevlees: 19 (NL)

Wereldvoedselsituatie:

* Jaarlijks gaat van de wereldvoedselproduktie van 1700 mln ton, 600 mln ton naar vee. Daarnaast neemt het vee ook nog veel ruimte in beslag van de (potentiŽle) landbouwgronden.

* Percentage van de wereldgraanproduktie bestemd voor vee: 45%

* Percentage van de wereldgraanproduktie bestemd voor vee op alleen het noordelijk halfrond: 25%

* Percentage van de wereldvisvangst bestemd voor vee op het noordelijk halfrond: 33%

* Vismeel afkomstig van vis uit de zeeŽn van Zuid-Amerika (o.a. Ecuador en Peru) waar een groot deel van de bevolking door ondervoeding een eiwittekort heeft, wordt op grote schaal gebruikt voor de bio-industrie in het westen.

* De hoeveelheid eiwitten die mensen in het westen hebben t.o.v. andere volkeren: 4 x zoveel.

* De gemiddelde hoeveelheid plantaardige energie varieert van land tot land, afhankelijk van het nivo van de vleesconsumptie, van 3000 tot 15000 kcal per persoon per dag.

* Aantal mensen dat gevoed kan worden met een gemiddelde consumptie van 6000 kcal (plantaardige energie) per dag: 11 mld.

* Aantal mensen dat gevoed kan worden met een gemiddelde consumptie van 9000 kcal per dag:
7,5 mld.

* Als iedereen het westerse consumptiepatroon zou aannemen, een tendens in de derde wereld, is het nu reeds onmogelijk de huidige 5,4 miljard mensen te voeden. We zouden er een aarde bij moeten hebben, maar dan zonder bewoners.

* Binnen 50 jaar wordt verwacht: 11 tot 14 mld mensen.

* Behalve de huidige bevolkingsexplosie van de mens is er de laatste decennia nog een opgetreden die m.b.t. de wereldvoedselsituatie waarschijnlijk nog ernstiger gevolgen heeft: die van het vee. Momenteel op de wereld: 3 mld veedieren.

* Aantal veedieren per Nederlander in verhouding tot de gemiddelde wereldburger: 15 x zoveel.

* De bevolking van de V.S.: 243 mln mensen.

* Het aantal mensen dat kan worden gevoed met het graan en de sojabonen die worden opgegeten door het vee uit de V.S.: 1300 mln.

* Percentage van de mensen in ontwikkelingslanden met een open markt economie dat ondervoed is: circa 25%.

* De VN voedselorganisatie FAQ: "In landen waar niet of niet of niet overmatig wordt geproduceerd voor de wereld-(o.a. veevoeder)markt blijkt de voedselsituatie opvallend snel te verbeteren (bijv. China, Noord Korea, Vietnam)".

* Percentage ondervoede kinderen op het Mexicaanse platteland: 80%. Het vee van Mexico, waarvan het vlees voor een groot deel naar de VS wordt geŽxporteerd, eet meer graan dan de totale bevolking van het land.

* De jaarlijkse vleesimport van de VS uit Midden Amerika 100 mln kg.

* De gemiddelde hoeveelheid vlees die gegeten wordt door iemand uit Midden Amerika: minder dan de hoeveelheid vlees die een Amerikaanse huiskat krijgt.

* Vleesgebruik per Nederlander in 1960: 45,3 kg.

* Vleesgebruik per Nederlander in 1980: 73,5 kg (circa 200 gram per dag).

* In 1994 is het rundvleesgebruik in Nederland voor het eerst na 3 jaar daling weer gestegen (met 300 gram per hoofd v/d bevolking).

* In 1994 werd in Nederland per hoofd v/d bevolking 5 kg vlees meer verbruikt dan in 1990.

* In 1994 werd in Nederland per hoofd v/d bevolking 88,9 kg vlees verbruikt.

* In 1994 werd in Nederland per hoofd v/d bevolking 47,1 kg varken verbruikt.

* In 1994 werd in Nederland per hoofd v/d bevolking 19,7 kg "pluimvee" (kippen, kalkoenen, eenden etc.) verbruikt.

* In 1994 werd in Nederland per hoofd v/d bevolking 18,2 kg rund ouder dan 1 jaar verbruikt.

* In 1994 werd in Nederland per hoofd v/d bevolking 1,3 kg kalf jonger dan 1 jaar verbruikt.

* Iets meer dan de helft van wat er jaarlijks per hoofd v/d bevolking aan vlees wordt verbruikt belandt in de vuilnisemmer, wordt verwerkt in dierenvoer, verdampt of gaat anderszins tijdens transport, opslag of uiteindelijke bereiding verloren.

* In 1994 werd in Nederland per hoofd v/d bevolking 42,7 kg vlees daadwerkelijk geconsumeert.

* Tijdsduur dat de totale dierenwereld opgegeten zou zijn wanneer over de hele wereld 30 gram vlees per persoon per dag zou worden gegeten: 1 jr.

* Aantal ondervoede mensen in de wereld: 500 mln. Jaarlijks aantal doden t.g.v. ondervoeding: 40 mln.

* Aantal kinderen dat jaarlijks aan ondervoeding sterft: meer dan 15 mln, dit is elke 2 seconden 1.

* Het aantal mensen dat voldoende gevoed zou kunnen worden met het graan dat bespaard wordt bij 10% minder vlees gebruik door de gemiddelde Amerikaan: 60 mln.

* Zelfs als de honger die in stand gehouden wordt door o.m. de verspillende dieren-industrie, slechts 10% van het totaal zou zijn dan gaat het nog om: 4 mln mensenlevens per jaar.

* "De aarde brengt voldoende voort voor ieders behoeften maar niet voor ieders hebzucht". (Mahatma Gandhi).

* Dr. Mellor, directeur Int. Food Policy Research Institute: "nog steeds is er genoeg voedsel om iedereen op aarde te kunnen voeden, maar als je het eerlijk wilt verdelen... moeten we direct stoppen met het consumeren van dierlijke produkten..."

* Stijging van het gebruik van grond in BraziliŽ voor de sojateelt in de periode 1965-1985:
van 0,4 mln ha naar 9,6 mln ha.

* Percentage van de totale landbouwgrond in gebruik voor de teelt van soja dat speciaal wordt verbouwd om voor veevoer te dienen: 20%. Een gevolg: erosie en bodemuitputting.

* Percentage van de Braziliaanse soja bestemd voor Nederlands vee: 7%.

* Voedselaanbod per hoofd van de Braziliaanse stadsbevolking in 1980 t.o.v. 1970: 25% minder.

* Percentage van de Brazilianen dat ondervoed is: 67%.

* Stijging van het gebruik van grond in Thailand voor de cassaveteelt in 20 jaar tijd: van 0,1 mln ha naar 1 mln ha.

* Percentage van de totale landbouwgrond dat reeds in gebruik is voor de teelt van cassave: 7%.

* Bestemming van de cassave: 80% gaat naar Nederland als veevoer.

* Een andere bijdrage van Nederland aan de wereldvoedselsituatie: Nederland voert met E.G. subsidie veel vlees en zuivelprodukten uit naar ontwikkelingslanden. Dit is voordelig voor Nederland en een kleine stadselite in de ontwikkelingslanden. Door een verschuiving van het consumptiepatroon zal voor het overgrote deel van de bevolking van de betreffende ontwikkelingslanden de honger eerder toe- dan afnemen. De toename, volgens FAO-schatting, van de indirecte consumptie van het graan in ontwikkelingslanden: van 12% (jaren 70) naar: 18% (jaar 2000).

* Percentage van het varkensvoer dat niet voor mensen consumeerbaar is: 14%. (hoewel sommigen misschien blij zouden zijn met het vismeel dat bij deze 14% inbegrepen is).

* Percentage van het pluimveevoer dat niet voor mensen consumeerbaar is: 17%.

* Aantal kilo=s plantaardig eiwit nodig om 1 kg eiwit van kalfsvlees te verkrijgen: 15 kg.
Door de inefficiŽntie van de omzetting van plantaardig in dierlijk eiwit levert Nederland al met al een negatieve bijdrage aan de wereldvoedselsituatie.

* Voorzichtige schatting van het aantal mensen dat gevoed zou kunnen worden met het voer dat het Nederlandse vee momenteel opeet: 50-100 mln.

* Verspilling kent echter geen grenzen. Voedsel voor kalveren in Nederland: melkpoeder.

* Melkprodukten komen steeds vaker voor in andere (industriŽle) produkten dan voedsel: waspoeder, pillen, etiketten op glaswerk, coatings voor papier en karton, lak op beeldbuizen, rŲntgenfilms, tandpasta, stropdas (voor 80% uit caseÔne).

Energie efficiŽntie en gebruik van grondstoffen:

* Relatieve (energie)efficiŽntie van eiwitproduktie:
sojaboon: bijna 100% (zonne-energie)
koemelk: 38%
eieren: 30%
vis: 20%
varkensvlees: 15%
rundvlees: 6%

* Het aantal kilo's graan en sojabonen nodig om 1 kg rundvlees te produceren: 16 kg.

* In de V.S. gaat bij de omzetting van graan in dierlijk voedsel verloren:
van de eiwitten: 90%
van de calorieŽn: 96%
van de vezelstoffen: 100%

* Opbrengst van kool in de V.S. in vergelijking met de opbrengst van varkens op de zelfde oppervlakte: 22 x zoveel eiwit, 4 x zoveel energie.

* Kool produceert eiwitten:
16 x efficiŽnter dan schapen;
10 x efficiŽnter dan slachtrunderen;
8 x efficiŽnter dan kippen.

* Prof. Rene Dumont, FAO, wereldvoedselconferentie 1974:
"We gebruiken 8 kg landbouwprodukten voor 1 kilo vlees".

* Door omschakeling naar de produktie van direkt voor de mens consumeerbare plantaardige produkten worden, zonder het milieu te schaden, produktieverhogingen bereikt van: 500-1000%.

* De akkerbouw levert 4-5 x zoveel energie op als ze aan fossiele resp. nucleaire energie consumeert:
suikerbiet 5,2 x zoveel
tarwe 4,3 x zoveel
aardappelen 3,8 x zoveel

* De melkproduktie vraagt 2,3 x zoveel energie als ze oplevert.

* De ei- en vleesproduktie vraagt 5-8 x zoveel energie als ze oplevert.

* Akkerbouw is efficiŽnter t.o.v. melkproduktie: 10 x
eier- en vleesproduktie: 20-40 x
kalfsvleesproduktie: 80-100 x

* Het minst energie-efficiŽnte plantaardige voedsel is nog 10 x efficiŽnter dan het meest efficiŽnte dierlijke voedsel.

* Het aantal kilo's sojabonen dat geproduceerd kan worden uit de hoeveelheid fossiele brandstof, nodig om 1 kg rundvlees te produceren: 40

* Aantal calorieŽn nodig voor de produktie van 1 calorie voedsel zoals te koop in de winkel:
traditioneel verbouwde rijst: 0,1 cal
traditioneel verbouwde maÔs: 0,1 cal
traditioneel verbouwde sojabonen: 0,3 cal
uit legbatterij verkregen eieren: 7 cal
kippevlees: 10 cal
visstick: 30 cal
biefstuk: 50 cal

* Totale energieverbruik voor ťťn kilo produkt:
granen, aardappelen, suikerbieten, tuinbouwprodukten van de volle grond: 0,5-5 MJ fossiele energie (waarvan het grootste deel voor -overbodige- kunstmest wordt gebruikt).
Varkensvlees: (rauw) 61,6 MJ
varkensvlees: (op bord) 99,6 MJ

* Percentage van het energieverbruik voor de produktie van varkensvlees dat voor meng- en krachtvoer wordt gebruikt: 70-90%.

* aandeel van de landbouwsectoren in het totale energiegebruik i.v.m. de landbouw in Nederland (inclusief produktie, transport, industriŽle en huishoudelijke verwerking):
melkveehouderij 40%
bio-industrie 50%
akkerbouw 10%

* totaal jaarlijks energieverbruik t.b.v. de Nederlandse landbouw binnen Nederland 78.000 TJ, buiten Nederland 152.000 TJ.

* Totaal jaarlijks energieverbruik t.b.v. de Nederlandse akkerbouw binnen Nederland 8500 TJ, buiten Nederland 5500 TJ.

* Energie verbruik van de Nederlandse veeteelt t.o.v. de akkerbouw: bijna 16,5 x zoveel. Hier zit bijv. De snijmaÔsproduktie (t.b.v. veevoer) nog niet eens bij inbegrepen.
Ook graszaad (t.b.v. veevoer) kost meer energie per kg dan plantaardige produkten:
t.o.v. granen 4 x zoveel
t.o.v. consumptieaardappelen 12,5 x zoveel
t.o.v. fabrieksaardappelen 19 x zoveel.

* Aandeel van het totale energieverbruik t.b.v. de Nederlandse veeteelt binnen Nederland nog geen 40% buiten Nederland ruim 60% waarvan voor veevoer dient 85%. Dit terwijl de derde wereld zelf met energietekorten kampt.

* Energieverbruik van de Nederlandse veehouderij t.b.v. eiwit:
tarwe 30 MJ/kg
aardappelen 47 MJ/kg
kippenvlees 154 MJ/kg
melk 198 MJ/kg
eieren 221 MJ/kg
rundvlees 307 MJ/kg
varkensvlees 331 MJ/kg
kalfsvlees 515 MJ/kg

* Wat energieverbruik t.b.v. eiwitproduktie betreft is melk 6,5 x zo inefficiŽnt als tarwe, vlees meer dan 10 x en kalfsvlees ruim 17x zo inefficiŽnt.

* Energie voor een "gemiddelde" maaltijd (inclusief produktie, vervoer, koken, afwassen, boodschappen, transport):
"Gewone" snel klaar vleesmaaltijden 92 MJ
"Gewone" vleesmaaltijd 72 MJ
"Alternatieve" (vegetarische) maaltijd 30 MJ

* Energieverhouding verschillende produkten (alles inclusief):
vlees 50 eenheden
vegetarisch (kaas) 5 eenheden
veganistisch (bonen) 1 eenheid

* Voor de V.S. geldt:
dagelijkse energie-inname: 3300 kcal.
De input van fossiele energie hierbij:
voor niet-vegetariŽrs 33.900 kcal
voor vegetariŽrs 18.900 kcal
voor veganisten 9900 kcal.

* Percentage van de prijs van het vlees bij de slager dat uit energiekosten bestaat: 10-30%.

* Jaarlijkse energiekosten van de veeteelt: 2-6 mld gld.

* Vanuit defensie-optiek is een verantwoord landbouwscenario opgesteld voor het geval Nederland (mogelijk gedwongen) zelfvoorzienend zou zijn.
Gevolgen:
- De vleesstapel zou aanzienlijk gereduceerd worden.
- Minder landbouwgrond voor weide, meer voor granen, peulvruchten e.d.
- Vrijkomend landbouwareaal: 25%.
- Energieverbruik in de landbouw 12,5% van het huidige.
- Ook zijn er veel minder of geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen nodig.

* Zelfs een benzine slurpende auto verbruikt naar verhouding minder calorieŽn dan een wandelaar die zijn calorieŽn uit een (standaard) vleesdieet haalt.

* De (economische) waarde van de grondstoffen, gebruikt om veevoer te produceren is groter dan de waarde van alle door de V.S. gebruikte olie, gas en kolen.

* Aantal jaren totdat de olievoorraad in de wereld uitgeput zal zijn als de hele wereld volgens het voedingspatroon van de V.S. (het Westen) zou eten (veel dierlijke produkten): 13 jaar.

* Aantal jaren totdat de olievoorraden in de wereld uitgeput zullen zijn als de hele wereld vegetarisch zou eten: 260 jaar.

* De voornaamste reden van de V.S. om militair in te grijpen in de Perzische Golf:
afhankelijkheid van buitenlandse olie.

* Aantal vaten olie dagelijks door de V.S. geÔmporteerd: 6.800.000 vaten.

* Aantal vaten olie dat de V.S. zouden moeten importeren om te voldoen aan de dagelijkse behoefte indien 10% van de bevolking zich veganistisch zou voeden: 0 vaten.

* Percentage van alle ruwe grondstoffen dat in de VS gebruikt wordt voor het normale vleesdieŽt: 33%.

* Percentage van alle ruwe grondstoffen dat in de VS nodig zou zijn voor een veganistisch dieet: 2%.

* Voor Nederland, met relatief nog meer intensieve veehouderij, zullen deze verschillen waarschijnlijk nog groter zijn.

* Hoeveelheid water nodig om 0,5 kg vlees te produceren in verhouding tot benodigde hoeveelheid voor 0,5 kg groente: 25 x zoveel.

* Hoeveelheid water nodig om 0,5 kg vlees te produceren in verhouding tot benodigde hoeveelheid voor 0,5 kg tarwe: 100 x zoveel.
Een voorzichtige schatting komt uit op slechts 20-40 x zoveel.

* De totale hoeveelheid water die een gemiddeld Amerikaans gezin in een maand voor het hele huishouden gebruikt: 11250 liter.

* Gemiddeld aantal liters nodig voor de produktie van 0,5 kg vlees: 11250 liter.

* Zonder overheidssubsidie op het watergebruik in de V.S. zou het goedkoopste hamburgervlees per 0,5 kg kosten: $ 35.
De kosten van 1 kg eiwit uit rundvlees zouden stijgen van $ 35 naar $ 196. Een kilo eiwit uit tarwe kost: $ 3,50.

* In de V.S. bedraagt de gemiddelde hoeveelheid water nodig voor de produktie van het dagelijks voedsel voor een vleeseter: 18000 liter,
Voor een vegetariŽr: 5400 liter
voor een veganist: 1350 liter.
Een jaar lang veganistisch voedsel produceren kost minder water dan 1 maand voedselproduktie voor een vleeseter.

* Voor Nederland zullen de cijfers m.b.t. het enorme watergebruik door de veehouderij minder extreem liggen; de verschillen blijven niettemin aanzienlijk.

* Hoeveelheid water die in Nederland per dag per koe wordt gebruikt alleen al om de stal steeds schoon te spoelen: 50-60 liter.

Economische gegevens:

* Zelfs voor de economie is een vleesloos dieet gunstig: veel minder energie nodig, minder onderzoek, minder subsidies, minder steun, minder opslag, minder milieuschade; de overheidsfinanciŽn zouden gezond(er) worden.
Ook de persoonlijke uitgaven zouden substantieel kunnen dalen: minder uitgaven voor voedsel, medicijnen/medische zorg en verzekering. Verder o.a. besparingen op huishouden, energie, transport.

* Overigens, een veganistische voeding levert nog meer besparingen op:
Aantal van de vele exportorders van de Nederlandse zuivelindustrie dat met EG geld gesubsidieerd wordt: 100%

* Deel van de huidige zuivelexport dat op de vrije wereldmarkt zou overblijven: minder dan 1/3.

* Naast exportsteun wordt ook subsidie gegeven voor de afzet van zuivel in de EG zelf: bijv. Kunstboter, braderije, kortingen voor zuivelgebruik in leger, scholen, sociale instellingen, levensmiddelenindustrie, gebruik van zuivel in veevoer.

* Percentage van de melkprijs waarmee de zuivelsector gesteund wordt door de EG: 65%.

* EG-subsidie aan de melkindustrie in 1983: / 15,7 mld.

* Milieukosten in het geval dat de plannen van het Nationaal Milieubeleidsplan m.b.t. de landbouw (die verre van voldoende zijn om een verdere milieuachteruitgang te voorkomen) volledig worden uitgevoerd: / 1,5 mld aan milieu-maatregelen tenminste / 3,3 mld, waarschijnlijk / 6 mld aan milieuschade.
De meeste kosten liggen op het terrein van: de veeteelt. Geschatte bijdrage van de veeteelt aan alleen al de schade door zure regen: plm. / 1,- mld.

* aandeel van de vleesproduktie in het Nationaal inkomen: ruim 1%.

* Ex minister van landbouw Mansholt: "De milieugevolgen van de intensieve veehouderij doen haar toegevoegde waarde zelfs geheel teniet". Als de subsidies en de kosten om overschotten op te slaan e.d. bovendien worden afgetrokken komen we ruim in de rode cijfers.

* Naast die van het arbeidsverzuim ontstaan er gigantische kosten voor de gezondheidszorg door het eten van dierlijke produkten. Besparing in de VS bij plantaardige voeding: in vijf jaar $ 100 mld. Omgerekend zou dat voor Nederland een besparing in de gezondheidszorg kunnen opleveren van 5-10 mld $ = 10-20 mld gulden in vijf jaar.

* De belastingbetaler betaalt voorts enorme bedragen om ziektes en besmetting te voorkomen en te bestrijden: onderzoek, controle, medicijnen e.d.

Milieu-effecten:

* Enkele algemene effecten van veehouderij op het Nederlandse milieu:
- penetratie van de bodem door stikstof en fosfaat;
- bijdrage aan de zure regen door de uitstoot van ammoniak: 30-35% van de totale zure regenbelasting door Nederlandse emissiebronnen;
- verspreiding van zware metalen (koper, cadmium, zink e.a. via veevoer) en pesticiden in bodem en grondwater;
- belasting van bodem en water door kalium.

* Voorts zijn er effecten op:
- de fauna;
- biologische processen (minder soorten planten en dieren, vergrassing van de heide, algengroei in oppervlaktewater);
- landschap (o.a. door maÔsteelt voor veevoer);
- recreatie (stank, visuele hinder);
- duinwatervoorraad.

* De hoeveelheid N (=stikstof) in dierlijke mest in 1900 plm. 90 kton/jr in 1985 450 kton/jr.

* De hoeveelheid P (fosfaat) in dierlijke mest in 1900 18 kton/jr in 1985 106 kton/jr.

* De belasting van de Nederlandse binnenwateren door nutriŽnten N, P, en K t.o.v. de natuurlijke toestand: 10-25 x te hoog.

* Percentage van de stikstof, toegevoegd aan de melkveehouderij, dat effectief wordt omgezet in melk: 15%. Idem dat verloren gaat: 85%.

* Totale NH3-uitstoot in 1982 145000 ton.

* Hoeveelheid N die op grasland terecht komt: 700 kg/ha.

* Hoeveelheid mest die vrijkomt voor 1 kg vlees 10 kg.

* Hoeveelheid drijfmest die vrijkomt voor 1 l melk 7 l.

* Hoeveelheid mest die vrijkomt voor 1 boterham met kaas 634 g.

* Bijdrage van elk verkocht pak melk aan de grondwatervervuiling 34 g.

* Wat betreft de ammoniakbelasting is de zuivel een nog groter probleem dan vlees.

* Percentage van de ammoniakbelasting door dierlijke mest waarvoor de rundveehouderij verantwoordelijk is: 66%.

* Gevolgen van de hoge NH3 belasting voor natuurgebieden:
- vergrassing van de heide- en veengebieden;
- vermindering van de vitaliteit van de bossen;
- alkaliniteitsverlies (=verzuring) van vennen;
- verarming van het waterleven;
- negatieve gevolgen voor graslanden en plassen.

* Toestand van het grootste deel van de Nederlandse heide: dood.

* Hoeveelheid NH3 die veel bomen en planten in (o.a.) Zuid Nederland kunnen verdragen: 20 kg/ha.

* NH3 belasting voor veel bomen en planten in Zuid Nederland: 100 kg/ha.

* Percentage ;weinig vitaal= tot >niet vitaal= bos in Nederland in 1984 9,5%, in 1987 21,3%.

* Nederlands bos dat al niet meer >vitaal= is in 1987: meer dan de helft.

* Prognose voor het Nederlandse bos in het jaar 2000 bij uitvoering NMP-plannen:
Niet meer vitaal: 80%.
Percentage bos dat in 2010 al dood is: 50%.
Toestand rest van het bos: kwijnend.
Plaatselijk is de situatie erger.
Percentage van het bos in de Peel dat gezond bleek in 1985: 3%.
Percentage van het bos in Brabant dat reeds dood is in 1990: 30%.
Periode waarin het bos in de Veluwe, Twente, Achterhoek, Drenthe verdwenen zal zijn: 25 jaar.
Uit de jongste gegevens (1990) blijkt de zure depositie op de bosbodem minstens 2x zo hoog te liggen als tot nu toe werd aangenomen.

* Om de meest ernstige schade t.g.v. verzuring te voorkomen zullen de NH3 emissies in Nederland moeten dalen met 80%.

* Sinds 1980 zijn van de verzurende stoffen de SO2 emissies gedaald, de NoX emissies ongeveer gelijk gebleven en de NH3 emissies (voornamelijk veeteelt) licht gestegen.

* Juist de gevoelige gebieden (met name de zandgronden) worden het slachtoffer van de ammoniak.

* Percentage van de totale NH3 emissie dat in deze gebieden plaats vindt: 56%.

* Percentage van onze flora dat van deze gebieden afhankelijk is en ernstig bedreigd wordt: 80%.

* De door de Nederlandse veehouderij uitgestoten NH3 levert niet enkel problemen op voor mens, natuur en milieu in Nederland: percentage NH3 dat geŽxporteerd wordt: 75%.

* Jaarlijkse mestproduktie in Nederland: 94 mln ton.

* Hoeveelheid mest die de bodem kan verwerken: 50 mln ton, mestoverschot: 44 mln ton (47%).

* Totale hoeveelheid ander (huishoudelijk en industrieel) afval in Nederland: 30,5 mln ton.

* Kunstmest zorgt evenals mest voor een overschot aan kalium, fosfaat en vooral stikstof. Het gebruik van kunstmest, vooral op grasland (voor koeien), wat stikstof betreft in 1920: 25 kton, in 1985 bijna 500 kton.

* De belangrijkste oorzaak van de achteruitgang in biologische diversiteit in Nederland; kunstmest.
Ir. W van Monsjou, ex topfunctionaris in de kunstmestindustrie: "Er is geen kunstmest nodig als de mens ophoudt met het eten van vlees. Zelfs onze vleesconsumptie halveren zou voldoende zijn."
Ex minister van landbouw Mansholt: "Zonder enig kunstmestgebruik is het mestoverschot in Nederland nog 31% ofwel 29 mln ton".
Ministerie van landbouw (LEI): "Als het grondwater beschermd gaat worden zal het reeds toenemende mestoverschot nog groter worden".

* Aandeel van het Nederlandse drinkwater dat uit grondwater wordt gehaald: 2/3. Via drinkwater en voedsel vormt de vermesting ook een probleem voor de volksgezondheid.

* Streefwaarde nitraat in grondwater: 25 mg/l.

* Grenswaarde nitraat in grondwater: 50 mg/l.

* Waarden die in Brabant op 10 meter diepte in het grondwater reeds worden gevonden: enkele honderden mg NO3 per liter. Ook in Limburg, Gelderland en op enkele andere plaatsen wordt de 50 mg/l al vaak overschreden.

* Aantal van de 80 grondwater-pompstations in Nederland waarbij het nitraatgehalte stijgt: 62.

* Mogelijk gevolg van teveel nitraat in het drinkwater: ernstige hersenschade bij kinderen, zelfs sterfte.

* Percentage van de drinkwaterputten dat bij ongewijzigd beleid gesloten moet worden: 25%.

* Verwachting m.b.t. huishoudelijk en agrarisch gebruik van water tot 2010: toename van 40-50%.

* Periode waarin de vervuiling van het grondwater nog zal toenemen in het denkbeeldige geval dat er nu gestopt zou worden met de overbemesting: nog zeker 15 jaar.

* Diepte waarop al praktisch geen zuiver drinkwater meer te vinden is: 25 meter.

* Gemiddeld percentage waarmee de grenswaarde van 50 mg/NO3/l onder bouwland op zandgrond wordt overschreden: 70%.

* Percentage van de grondwaterproduktie dat het, met beschermende maatregelen, in de toekomst met een overschrijding van de streefwaarde van 25 mg NO3/l zal moeten doen: 25%.

* Oppervlakte landbouwgrond die reeds verzadigd is met fosfaat: 370.000-470.000 ha.

* De huidige toename van het mestoverschot wordt mede veroorzaakt door nieuwe "markten" waarmee veehouders regels, heffingen e.d. proberen te ontlopen: geiten, schapen, nertsen, konijnen, kalkoenen e.d.

* Mest die in de VS door het vee wordt geproduceerd in verhouding tot de bevolking: ruim 20 x zoveel. Voor mensen is er wel een rioolstelsel.
In Nederland is de veehouderij nog een stuk intensiever (meer dieren per inwoner).

* Nitraat en aluminium (uit mest) vormen in toenemende mate een probleem voor de volksgezondheid. Een produkt dat b.v. steeds meer nitraat bevat: aardappel.

* Cadmium, koper en zink uit mest doden wormen die nodig zijn voor een goede bodemstructuur en afwatering. Gevolg: dalende oogsten.

* Hoeveelheid kopersulfaat die (begin jaren '80) jaarlijks in veevoer wordt omgezet: 900.000 kg. IN 1990 waarschijnlijk meer dan 1 mln kg.

* Percentage van het toegevoegde koper dat weer door het vee wordt uitgepoept: 95-99%. Zo wordt jaarlijks circa een miljoen kg koper op het land gebracht waardoor o.a. de grasproduktie daalt.

* Hoeveelheid diergeneesmiddelen tegen micro-organismen die (begin jaren '80) jaarlijks in veevoer verwerkt wordt: 800.000 kg. In 1990 waarschijnlijk meer dan 1 mln kg.

* Voorts vele andere diergeneesmiddelen bijv. kalmeringsmiddelen, hormonen, antibiotica.

* Hoeveelheid diergeneesmiddelen die jaarlijks in het milieu belandt: 500.000 kg.

* Kennis over de gevolgen voor milieu en allerlei natuurlijke processen van 500 ton aan stoffen waarmee het milieu wordt belast: weinig tot niets.

* Kennis over de milieugevolgen van de opstapeling van antibiotica en hun omzettingsprodukten in de bodem: niets.

* De zee leek tot nu toe een bodemloze put voor de afvoer van mest. De concentraties van nutriŽnten in een zone van enige tientallen kilometers breed langs de Nederlandse kust t.o.v. 50 jaar geleden: 3-5 x hoger.

* Alleen al met het oog op het Nederlandse milieu zou de intensieve veehouderij i.v.m. de mestproblematiek moeten worden ingekrompen met 50%.

* O.a. door versnippering van natuur en landschap zijn in Nederland veel planten- en diersoorten achteruit gegaan of zelfs verdwenen.

* Een ander, steeds groter, probleem waar de Nederlandse veeteelt d.m.v. waterpeilbeheer en beregening flink toe bijdraagt: verdroging.

* De consumptie van dierlijke produkten levert een niet geringe extra bijdrage aan de enorme afvalproblematiek, bijvoorbeeld door de verpakking van melkprodukten.

* Door de ongunstige conversiecijfers en bovendien de toepassing van monocultures bovendien worden er veel meer bestrijdingsmiddelen gebruikt bij veeteelt dan wanneer er directe consumptie van plantaardig voedsel plaats vindt.

* Jaarlijks aantal directe slachtoffers t.g.v. het gebruik van bestrijdingsmiddelen (hoofdzakelijk in de derde wereld): 1 mln. Schatting van het jaarlijks aantal dodelijke slachtoffers: 40000.

* Stijging van de wereld-vleesexport tussen 1950 en 1984: van 2 mln ton/jr naar meer dan 11 mln/jr.

* Stijging van het gebruik van kunstmest de afgelopen 35 jaar: 9 x zoveel.

* Stijging van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de afgelopen 35 jaar: 32 x zoveel.

* Jaarlijkse toename in het gebruik van bestrijdingsmiddelen: 5-6%.

* Dossiers over toegelaten bestrijdingsmiddelen in Nederland zijn geheim. "Het toelatingsbeleid is ondoorzichtig, inconsistent en vaak slecht beargumenteerd".

* Methaan levert een bijdrage aan de stijging van het ozongehalte op leefnivo. Gevolg: aantasting van longfunctie en luchtweginfecties.

* Een van de leveranciers van methaan: de veeteelt.

* Bijdrage van methaan aan het broeikaseffect: 25%.

* Bijdrage van CO2 aan het broeikaseffect: 50%.

* De veeteelt levert ook via CO2-uitstoot nog een geringe bijdrage aan het broeikaseffect. Groter is de bijdrage aan de stijging van het CO2-gehalte door de gigantische energie-input die voor de veehouderij nodig is.

* Oppervlakte nieuw bos nodig om alle CO2 op te nemen die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen: 7 mln km2 (is bijvoorbeeld de VS minus Alaska).

* Oppervlakte die momenteel gebruikt wordt voor het houden van dieren: 30 mln/km2. Deze dieren eten bovendien nog een groot deel van de gewassen van de akkerbouwland-oppervlakte van 15 mln km2.

* Andere oorzaak van het broeikaseffect: verdwijning van de tropische bossen.

* Oppervlakte primair tropisch bos dat jaarlijks verloren gaat: 20 mln ha (ruim 5x Nederland).

* Tijd waarin het tropisch regenwoud bij dit tempo van ontbossing geheel gekapt zal zijn: 35 jr. De jongste cijfers (m.b.v. satelliettechnieken) melden dat de ontbossing 2 x zo snel verloopt.

* Geschat aandeel in de verdwijning van het tropisch regenwoud:
- commerciŽle houtwinning: 10%;
- verzamelen van brandhout: 10%;
- uitbreiding landbouwareaal, vooral (akkerbouw t.b.v.) veeteelt: 80%.

* Oppervlakte regenwoud die jaarlijks wordt afgebrand met als direkte bestemming vee: 13500 km2. Het hout wordt hierbij vernietigd. De geldwaarde van dit hout bedraagt 2,5 x zoveel als commerciŽle houtopstanden zouden hebben opgebracht.

* Direct na het kappen heeft 1 stier nodig aan (ex-)tropische bosgrond: 2,5 ha.
- na een jaar heeft 1 stier nodig: 12 ha,
- na tien jaar: 20 ha.
Uiteindelijk blijft er woestijn over, zelfs ongeschikt voor vee.

* Opbrengst aan voedsel van ongerept bos in vergelijking met als er veeteelt voor in de plaats komt: 10 x zoveel.

* Het tropisch regenwoud is het huis en voedsel voor 200 mln mensen.

* De drijvende kracht achter de vernietiging van het tropisch regenwoud: de westerse wijze en mate van vleesconsumptie.

* Percentage van onze medicijnen (o.a. essentiŽle) dat uit het tropisch regenwoud komt: 25%.

* Aantal soorten dat jaarlijks naar schatting uitsterft: 10000.

* Percentage planten- en diersoorten dat in 2000 uitgestorven zal zijn: 10%.

* Aantal soorten dat in de volgende 30 jaar verdwijnen zal: meer dan 1 mln.

* aantal soorten dat in 2025 door toedoen van de mens uitgestorven zal zijn: meer dan de helft.

* Veruit de belangrijkste oorzaak van het uitsterven van soorten: kappen van tropisch regenwoud.

* Aantal soorten dat bij elke miljard (ham- e.a.) burgers uitsterft: 100.

* Bijdrage van het op twee na belangrijkste veevoer-importprodukt voor Nederland, oliepalm, aan de verdwijning van het tropisch bos in MaleisiŽ: 33%.

* Oppervlakte bos die wordt bespaard door iedere Amerikaan die geen dierlijk voedsel meer eet: circa 4000 m2/jr.

* Oppervlakte (tropisch) bos die per Nederlander zou kunnen blijven staan c.q. aangeplant zou kunnen worden indien hij geen vlees en eieren meer eet: circa 3000 m2 (nog afgezien van het feit dat er t.b.v. veevoer voor Nederland steeds nieuwe tropische bosgrond wordt ontgonnen).

* O.a. Botswana produceert vlees waarvan een groot deel naar de E.G. (o.a. Nederland) gaat. De bevolking van Botswana ontvangt voedselhulp. Een koe in Botswana heeft maar liefst 16 ha nodig (in Nederland 1 ha) om de graslanden op duurzame wijze te benutten. Er treedt veel erosie op t.g.v. overbegrazing. Sinds de veestapel in Botswana verveelvoudigd werd zijn daardoor naar schatting al 2 mln wilde dieren omgekomen.

* Een verhoging van de voedselenergie uit vlees met bijvoorbeeld slechts 3% heeft, ruw geschat, al een verhoging van de grond- en milieubelasting tot gevolg van 50%.

Bronnen:

Gegevens overgenomen uit o.a.:
'Diet for a New America' van John Robbins, 1987, uitg. Stillpoint Publishing, ISBN 0-913299-54-5
'Je Hart je Wereld' van Harvey Diamond, 1991, uitg. De Kern, Baarn, ISBN 90-325-0382-0
Gegevens van het Ministerie van Landbouw, Produktschap voor Vee en Vereniging Milieudefensie.

Deze lijst met feiten is nog in bewerking en is voornamelijk bijgewerkt met gegevens uit wetenschappelijk onderzoek van voor 1993 door oud NVV-Voorzitter Cor Nouws (in December 1993).

Voor meer informatie:
Vereniging Milieu Defensie, Postbus 19199, 1000 GD Amsterdam, 020-6221366
Nederlandse Vereniging voor Veganisme, Postbus 1087, 6801 BB Arnhem, 026-4420746

Links:

 
 EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief)

Informatie over milieu van de Belgische organisatie EVA.  Uitstekende bronvermelding d.m.v. voetnoten.
 

 

Copyright © 2002 Lekker Plant-Aardig                                           
Aangepast: 2001-05-17